Inleiding
Door het bombardement van Rotterdam in mei 1940 werd een groot deel van de dichtbevolkte volksbuurt in de binnenstad verwoest.
Veel arbeidersgezinnen, die voor het grootste deel toch al in uiterst moeilijke omstandigheden verkeerden en met een groot kindertal en een geringe uitkering in leven moesten zien te blijven, raakten huis en have kwijt en verloren soms ook een deel van hun familie. De ontredderden die geen kans zagen zelf een onderkomen te regelen, liepen het gevaar in handen te vallen van georganiseerde, professionele hulpverleners.
Bijeengedreven in kampen, waar zij onder de meest erbarmelijk omstandigheden moesten zien te overleven, kregen deze oorlogsgetroffenen naast hun materiële nood >die zij met meer Rotterdammers gemeen hadden vooral ook het schrijnend onrecht van een diepe mentale vernedering te verduren, een onrecht dat bij velen van hen tot op deze dag doorwerkt, zij werden juist vanwege de ellendige toestand waarin zij als groep verkeerden, tot 'a - socialen' gebrandmerkt en onder curatele gesteld.
Controles werden uitgevoerd, intens vernederende rapporten werden opgesteld en nauwkeurig voorstelbare maatregelen werden getroffen, tot en met het gewapenderhand deporteren van 450 Rotterdammers naar interneringskampen (na de oorlog!) En dat alles op grond van wanbegrip en vooroordelen bij de betreffende instanties.
" WIJ A- SOCIALEN" beschrijft de schandelijke vernedering van honderden Rotterdammers in de periode 1940 - 1960. Het is verhaal van èèn van hen…
Hans van de Pauw
Inhoudsopgave
Voorwoord
Als men aan concentratiekampen denkt dan gaan ongetwijfeld uw gedachten terug naar Hitlers naziperiode (1933-1945) of naar Siberische verbanningsoorden van Stalin en misschien in mindere mate naar politieke heropvoedingskampen in een aantal dictaturen, maar dat waren niet de enigste landen met zulke kampen. Democratische landen als Amerika, België, Denemarken en Nederland hadden ook van die gebieden of kampen waar "mensen"op of in werden afgezonderd, op grond van hun anders zijn, anders leven en anders denken.
Zij kregen van de autoriteiten en wetenschappers stigma’s opgeplakt die varieerden van psychopaten, zwakzinnigen, en minusvarianten tot a- socialen, onmaatschappelijke en profiteurs van gemeenschapsgelden. Maar Nederland en met name de gemeente Rotterdam gingen nog een stapje verder, door er hun oorlog en bombardementsslachtoffers (in en na de oorlog) naar toe verbannen, zonder vorm van proces werden op verzoek van Sociale Zaken van Rotterdam, met goedkeuring van Binnenlandse Zaken, onder gewapende escorte van B.S.ers en politie, kort na de bevrijding 450 Rotterdammers naar deze concentratie -kampen van Sociale Zaken verbannen, en dat alleen om het simpele feit dat zij met succes de oorlog overleefd hebben. Hoe ons dat gelukt is hoop ik in dit boek duidelijk te kunnen maken. Tevens probeer ik met behulp van archiefdossiers aan te tonen welk een onrecht ons is aangedaan, een onrecht waar wij ons hele verdere leven een syndroom aan hebben overgehouden.
Alexander Roodbol
Hoofdstuk I
Oorlogsgetroffenen
1940-1960
Hoofdstuk 2
Hulpverlener Nol Diemers
Hoofdstuk 3
Opvang na het bombardement
Hoofdstuk 4
Het plan voor de bestrijding van de gedragingen der a- socialen
Hoofdstuk 5
Op Hongertocht
Hoofdstuk 6
De "a- socialen" als ambtelijk probleem
Hoofdstuk 7
De bevrijding - maar niet de onze
Hoofdstuk 8
Gedeporteerd naar Drenthe
Hoofdstuk 9
Dagelijks kamp leven in Echten
Hoofdstuk 10
Het jonge gezin Roodbol jr.
Hoofdstuk 11
Terug in Rotterdam
Hoofdstuk 12
" Jongen, jongen wat rakel je allemaal op...."